Geschiedenis Schelphoek
Rond 1450 hield Alkmaar aan de Oostzijde op bij de Mient. Daar begon een groot water, de Voormeer. Vanaf 1470 begon men het gebied "aan te plempen" . Het eerste resultaat is het huidige Oostelijk stadsdeel. Rond 1560 was de Bierkade aan de Oostzijde het laatste stukje stad. Aan de Bierkade begon de Voormeer. Gestaag plempte men voort. Rond 1600 is de Schelphoek een feit. Op de kaart van Drebbel uit 1597 is goed te zien, hoe de Schelphoek,gelegen in het Zuidoosten van de stad, binnen de verdedigingsgordel, een aarden wal en een brede gracht, de Singel is opgenomen. Op deze kaart is duidelijk datde Schelphoek , althans het gedeelte dicht bij de binnenstad al geheel bebouwd is. Aan de Voormeer liggen zeilschepen afgemeerd. Op de hoek Bierkade Voormeer staat vanaf 1622 de Accijnstoren, waar de stedelijke belastingen over de in- en uitgaande goederen - die via het water werden aangevoerd - geïnd werden. Het gebied werd doorsneden door 2 grachten: van West naar Oost door de schelphoek, met haaks daarop de Zandershoek. Toegang tot de stad was de Boompoort, voor de poort lag een ophaalbrug, de Boombrug. De huidige Boombrug uit de 19de eeuw heeft de oude houten brug vervangen. De Singel lag in het verlengde van de huidige Singel en was net als deze nog steeds is beplant met bomen. In de 19de eeuw was de noodzaak van een verdedigingsgordel om de stad verdwenen. De Boompoort werd verwijderd. Het beeldhouwwerk van deze poort werd gelukkig wel bewaard in het Stedelijk museum van Alkmaar. Het groen van de stadswallen verdween gedeeltelijk ten koste van de Alkmaarse IJzergieterij, die zich hier in de 19de eeuw vestigde. De beide grachten werden in 1954 gedempt. De namen Schelphoek en Zandershoek zijn ontstaan omdat daar de schepen met schelpen en zand arriveerden. Aan de Turfmarkt kwamen schepen met turf aan. De Voormeer dankt zijn naam de het water de Voormeer. De bebouwing van de Schelphoek is vanaf het begin gevarieerd. De meeste panden hadden een gemengde bestemming: woonhuis met pakhuis of woonhuis met bedrijfsruimte. Het uiterlijk van de huizen veranderde van 16de eeuws naar 19de en 20ste eeuws, maar de zijmuren verraden vaak nog steeds de ouderdom. Bijzonder waardevolle panden zijn Voormeer 21 en Voormeer 13-15. Het Rijksmonument zoutketen De Eendragt staat wat achteraf, maar is in zijn 18de eeuwse vorm blijven bestaan, net als het bijbehorende woonhuis. In de Zoutketen werd zout uit het Middellandse zee gebied geraffineerd. De hoge fabriekschoorsteen uit 1912 staat ook op de rijksmonumentenlijst. Vanaf 1900 breidde de IJzerfabriek, later Machinefabriek Alkmaar, zich in rap tempo uit. Ze slokte daarbij een flink deel van de historische Schelphoek op, waaronder de met bomen beplante stadswallen. In 1997 verhuisde de fabriek wegens ruimtegebrek naar Broek op Langedijk. De fabriekshallen stonden tot de sloop in 2005 grotendeels leeg. In de 40tiger jaren werd aan de Voormeer groothandel Eriks opgericht. De zaken gingen goed en het bedrijf had meer ruimte nodig. In de jaren 60 werden helaas enkele fraaie panden aan de Voormeer gesloopt om plaats te maken voor het moderne gebouw van Eriks op de hoek Turfmarkt-Voormeer. Later werden er nog meer huizen gesloopt voorde uitbreiding van het gebouw van Eriks aan de Voormeer.. Aan de Turfmarkt moeten ook gebouwen verdwijnen, waaronder het monumentaal 17de eeuwse pakhuis van de voormalige bierbrouwerij De Lelie, dit alles om plaats te maken voor een parkeerterrein. In de jaren 80 kreeg Eriks grote delen van de Schelphoek in handen, de plannen waren om nieuwbouw van een groot kantoren- en magazijnencomplex, inclusief parkeerkelder aan te leggen. De Zoutketen werd, na veel getouwtrek gerestaureerd en al representatieruimte door Eriks in gebruik genomen. Het complex is er nooit gekomen en in 2005 verhuisde Eriks naar de Boekelermeer. De bedrijfspanden werden gesloopt. Na de sloop op de Schelphoek, staat nog maar weinig overeind: De Zoutketen met de fabrieksschoorsteen en een rij panden aan de Voormeer, deels rijksmonument, deels gemeentelijk monument. De huisjes aan het Baanpad en het scheepswerfje hebben de sloop ook overleefd.
|